Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 22 september 2021

Drukte op het water in goede banen leiden

De Bossche binnenwateren zijn populairder dan ooit. Afgelopen zomer zagen we veel mensen varen, roeien, kanoën en suppen. Naar aanleiding van vragen van de D66-fractie werkt de gemeente nu aan duidelijke regels om de drukte op het water in goede banen te leiden.

Op de Aa, Dommel, Singel, Zuid-Willemsvaart, Dieze en Ertveldplas kruisen gemotoriseerd en ongemotoriseerd vaarverkeer elkaar met verschillende snelheden en geluidsvolumes. Sommige vaartuigen varen dicht langs oevers en elkaar of veroorzaken door snelheid flinke golfslagen tegen de begroeide oevers waar watervogels nestelen. Met de komst van Sluis 0 worden de wegen voor plezier- en watertaxivaart in onze brede binnenstad nog meer geopend. Het leven op het water wordt daardoor bruisender. D66 juicht deze levendigheid op en rond deze wateren zeker toe, maar heeft ook zorgen. Gebruikers zitten letterlijk en figuurlijk steeds vaker in elkaars vaarwater.

Raadslid Inge Visschedijk: “Een strategie om de recreatie op het water in betere banen te leiden en voor iedereen aangenaam te houden, is hard nodig. We zijn blij dat het college de regie pakt en al gestart is met een inventarisatie van het gebruik van het oppervlaktewater in de stad.”

Volgens het college heeft de drukte op het water er waarschijnlijk niet toe geleid dat de flora en fauna langs ecologische oevers worden verstoord. Wel wordt de openbare ruimte verrommeld door bijvoorbeeld provisorische steigers. Raadslid Geert Verbruggen: “Bij het opstellen van regels voor het gebruik van de Bossche binnenwateren wordt het recreatief gebruik gestructureerd, zodat de effecten op flora en fauna in en om het water worden bekeken en afgewogen. Die toezegging heeft het college gedaan en daar zijn we als fractie tevreden over. Aandacht voor flora en fauna en het aantrekkelijk houden van onze openbare ruimte op en rondom het water vinden we belangrijk.”

Lees hier de schriftelijke vragen die we gesteld hebben en het antwoord van het college.