Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Discussienotitie “Doordecentralisatie huisvestingsmiddelen schoolgebouwen”

Inleiding

Geïnventariseerd is of bij de schoolbesturen Signum en ATO behoefte bestaat naar het doorcentraliseren van onderwijshuisvestingsgelden. Tevens is gekeken naar de huidige stand van zaken. Doorcentraliseren van onderwijshuisvestingsgelden wil zeggen dat de Gemeente deze middelen uitkeert aan scholen. 

Algemene stand van zaken

De wetgeving biedt de mogelijkheid tot doordecentralisatie. Gemeente en schoolbestuur komen dan overeen de verantwoordelijkheid voor (een deel van) de huisvesting over te dragen aan het schoolbestuur(1). Inmiddels is duidelijk geworden dat door de motie Buma er ook door het Rijk wordt ingezet op decentralisatie van onderwijsgelden richting schoolbesturen. Als reden voort het Rijk hiervoor aan dat veel middelen die bedoelt zijn voor onderwijshuisvesting daar niet aan besteed worden. 

Mogelijkheden

Het direct doorsluizen van onderwijshuisvestingsmiddelen naar schoolbesturen is een mogelijkheid. Dit is echter een gedeeltelijke doorcentralisering. Een volgende stap is de eigendom van de gebouwen over te dragen naar de schoolbesturen. Nijmegen is daarvan een voorbeeld. Breda, waar het artikel in Binnenlands Bestuur over gaat, is in een afrondende fase om deze volledige doorcentralisatie te bewerkstelligen. 

Bossche schoolbesturen primair onderwijs

Signum

Het College van Bestuur van Stichting Signum heeft aangegeven dat doorcentralisering van huisvestingsgelden een goede stap in de richting zou zijn. Op dit moment heeft Signum met de Gemeente zitting in de stichting Educatief Centrum Hintham, welke verantwoordelijk is voor de huisvestingsgelden. 
De gemeente beschouwt de verantwoordelijkheid rondom de huisvestingsmiddelen als een instrument om regie te voeren over het lokaal onderwijsbeleid. Signum vindt dat de regie over het lokaal onderwijsbeleid moet gaan over inhoud, opbrengsten en kwaliteit. Volgens Signum ligt hier de kern van de mogelijke voortgang in de discussie. 

ATO-Scholenkring

De algemeen directeur Hoedemaker gaf aan dat hij op dit moment geen directe aanleiding vindt om de huidige situatie te veranderen. De verhouding met de gemeente is goed en wil dat behouden. Tevens gaf hij aan dat de gemeente veel gedaan heeft om de schoolgebouwen in goede conditie heeft gebracht en wil behouden. 

Trend

Duidelijk mag zijn dat er een trend gaande is die wijst richting het verder decentraliseren van onderwijshuisvestingsgelden. Als reden wordt hiervoor aangevoerd dat het geld effectiever en vollediger kan worden ingezet. Van dit laatste is in de gemeente ’s-Hertogenbosch geen sprake. Het effectiever inzetten van middelen kan echter een interessante afweging zijn om toch over te gaan tot decentralisatie. Met de huidige druk op de financiële middelen kan decentralisatie een bijdrage leveren bij het in stand houden van de hoogwaardige onderwijsvoorzieningen in de stad. Aan de hand van de onderwijsvisie en ruimtelijke ordeningsprincipes kan de gemeente sturen op onderwijsontwikkelingen en de regierol behouden (zie bijlage).  

Vragen aan de Commissie MO

  1. Hoe staat u tegenover doorcentralisatie van onderwijshuisvestingsgelden?
  2. Wat zijn naar uw mening de belangrijkste (politieke) knelpunten die rondom de doordecentralisatie onderwijshuisvesting onder ogen gezien moeten worden?
  3. Wat zijn naar uw mening de grootste voordelen en nadelen van de doordecentralisatie van onderwijshuisvestingsgelden?
  4. Vindt u het de moeite waard om verschillende scenario’s van doordecentralisatie te laten onderzoeken?


Mike van der Geld Commissielid MO D66 
November 2012  
(1)De mogelijkheid tot doordecentralisatie is opgenomen in art. 76 van de Wet Decentralisatie huisvestingsvoorzieningen 

Bijlage: Voorbeelden

Nijmegen

Nijmegen heeft in 2008 overeenkomsten met de schoolbesturen gesloten en daarbij de gebouwen overgedragen aan de besturen. Tevens is de afspraak gemaakt dat de gemeente leegkomende schoolgebouwen terugkoopt tegen WOZ-waarde. Niet alle scholen vallen echter onder de doordecentralisatie. Het Speciaal Onderwijs is uitgezonderd en er zijn enkele ‘eenpitters’ zelfstandig gebleven. Bij het stichten van nieuwe scholen is de gemeente nog steeds leidend. Het is immers een gemeentelijke taak voor voldoende scholen te zorgen. Nijmegen tracht ook met deze schoolbesturen overeen te komen om het nieuwe schoolgebouw onder de regeling te brengen. 
Komend jaar wordt de eerste periode van doordecentralisatie geëvalueerd. Een van de knelpunten is dat bij het stichten van een nieuwe school voorheen de aanloopverliezen uit de totale pot werden gedekt. Nu zijn de eigen middelen van de gemeente beperkt voor een nieuwe school en kunnen die aanloopverliezen niet meer gespreid worden gedragen binnen de totale budgetten voor onderwijs. 
Belangrijkste reden in Nijmegen voor doordecentralisatie was dat het beheer en onderhoud efficiënter en sneller zou kunnen worden gedaan. De eeuwige tegenstelling tussen openbaar en bijzonder onderwijs zou verminderen. Een schoolbestuur krijgt een veel directer belang om goed onderhoud te plegen. Dat gebeurt trouwens ook. Er is in veel gebouwen geïnvesteerd, en met minder kosten dan wanneer het via de gemeente moest. Effectief inzetten van overheidsgeld dus. 
Met betrekking tot de overgedragen gebouwen gaat jaarlijks uit het onderwijsbegroting een vergoeding voor huisvesting naar de scholen. Dat is doorsluizen van geld van het ministerie naar de besturen. De gemeente houdt een deel zelf omdat ze zelf ook nog scholen heeft. In de overeenkomst met de schoolbesturen zijn afspraken gemaakt over de berekening en toerekening naar de verschillende besturen.  

Breda

In Breda zijn voor het VO alle gelden doorgecentraliseerd. De gemeente heeft dat uit een efficiency-overweging gedaan. De scholen kunnen namelijk goedkoper bouwen dan de gemeente en door een andere financieringsmethodiek ook uit elke euro meer geld halen. Daarnaast is het claimgedrag van de scholen van de baan. Zij moeten er zelf uitkomen. Een ander voordeel is dat scholen nu bezig zijn om een profiel te kiezen, het gaat niet meer alleen om de kwantiteit maar ook over de kwaliteit. Zo kan een school die zich wil profileren met  sport of internationaal of cultuur etc. zich hier op richten. 
Ten aanzien van het PO en het SO is Breda, zoals uit het artikel uit Binnenlands Bestuur d.d. 16/12/2011, bezig met volledige doordecentralisatie. Gelijk de situatie bij het VO verwacht de gemeente ook bij het PO en SO dat bij doorcentralisering een eigen verantwoordelijkheid van de schoolbesturen ontstaat, een meerwaarde van de onderlinge samenwerking en een efficiënte bundeling van budgetten met derde geldstromen. De gemeente wil wel de regierol blijven behouden. Dit doet ze door de doorcentralisatie te toetsen aan de vastgestelde onderwijsvisies en met behulp van het ruimtelijke ordeningsprincipe.  
De PO en SO-scholen in Breda verwachten dat doorcentralisering tot gevolg heeft dat gezamenlijk de prioriteiten beter worden vastgesteld en daarmee de kans op kapitaalsvernietiging door leegstand vermindert. Daarnaast zien zij een competitie ontstaan op onderwijskwaliteit en –profilering in plaats van op huisvesting. Ook verwachten zij dat door een structureel financieringsmodel de integratie met andere instanties (kinderopvang, zorg etc) eenvoudiger wordt. Publieke en private geldstromen kunnen zo beter worden gecombineerd. 

Gepubliceerd op 15-02-2013 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018